Tips voor het voeren van een sollicitatiegesprek

  • Zoek van tevoren uit waar je precies moet zijn en hoe je er komt. Maak hierbij gebruik van een routeplanner of reisplanner. Zorg dat je ruim op tijd vertrekt zodat je niet te laat komt door files, open bruggen, omleidingen of treinstoringen. Beter te vroeg dan te laat. Ben je heel vroeg, loop dan een blokje door de wijk, blijf in de auto zitten of ga nog ergens wat drinken.
  • Kies geschikte kleding uit, houdt hierbij rekening met het soort bedrijf waar je gaat solliciteren en met de functie. Zorg er in ieder geval voor dat je kleding schoon en heel is (geen ontbrekende knopen of kapotte ritsen) en je schoenen gepoetst zijn. Wees zuinig met sieraden, make-up, aftershave of parfum.
  • Lees de vacature, je sollicitatiebrief en je CV nog een keer door en zet je motivatie en je verkooppunten nog eens op een rijtje. Probeer te bedenken waar vragen over gesteld kunnen worden en bereid de antwoorden voor. Oefen je gesprek met iemand anders - een vriend of vriendin, familie. Schrijf de vragen op die je zelf in het gesprek wilt stellen.
  • Neem je brief en CV, kopieën van diploma en/of certificaten en schrijfgerei mee.
  • Zet voor binnenkomst je mobiele telefoon uit. Geef bij de receptie je naam door, zeg waar je voor komt en met je een afspraak hebt. Meestal moet je nog even wachten, dan word je vaak naar een wachtruimte verwezen. Ga rustig zitten, kijk eens om je heen, snuif de sfeer op of lees wat (vaak liggen er bedrijfsfolders of kranten)
  • Bij de ontmoeting met je gesprekspartner ga je altijd staan. Kijk hem of haar recht in de ogen en stel jezelf voor met een stevige handdruk. Knijp niet te hard, maar geef zeker geen slap handje. 
  • De eerste drie minuten zijn erg belangrijk voor het beeld dat de ander zich van je vormt. Houd oogcontact (zonder de ander aan te staren), ga rustig zitten als je een plaats wordt aangeboden, antwoord kort maar vriendelijk op inleidende beleefdheden en schrik niet als je gesprekspartner met de deur in huis valt.
  • Zit ontspannen, maar ga niet onderuit hangen en leg je handen voor je op tafel of leg ze in je schoot. Friemel niet met je vingers, dat maakt een nerveuze indruk. Kun je het niet laten, vouw dan je handen met gekruiste vingers in elkaar. 
  • Praat rustig, beantwoord vragen zo duidelijk mogelijk en begin gewoon opnieuw als je vastloopt in een zin. Zeg het meteen als een vraag niet begrijpt of je de ander slecht verstaat. Wees niet bang voor stiltes. Je mag best nadenken voordat je een antwoord geeft of zelf een vraag stelt. Vraag door als je ergens meer van wilt weten. 
  • Wees jezelf. Doe je niet anders voor dan je bent. Benadruk je sterke kanten. Wees eerlijk over je zwakke kanten, maar op een positieve manier. Vertel bijvoorbeeld hoe je ermee omgaat. Probeer probleemoplossend over te komen. 
  • Bij afronding van het gesprek wordt meestal gevraagd of je voldoende informatie hebt. Denk nog even goed na of je echt weet wat je wilt weten. Zorg ook dat je weet hoe de procedure verder gaat en wanneer je iets te horen krijgt. Als je gesprekpartner dit niet uit zichzelf vertelt, vraag er dan naar.

bron: www.werken.nl